Ons favoriete potje kaarten!

In deze tijd zijn we allemaal meer thuis, vanwege de heerlijke feestdagen en de C-situatie. We steken hem positief in; een extra gelegenheid om te genieten van je huis. Wij op kantoor zijn gek op een potje kaarten. Ideaal om lekker thuis aan de keukentafel te doen met een kaarsje, gezellig muziekje en lekker hapje.

We dagen je uit voor een potje en omschrijven hieronder allemaal ons favoriete kaartspel zodat we jou kunnen inspireren.

THOMAS’ FAVORIET
“Duizenden”
Met de paplepel ingegoten speelden wij thuis duizenden met ons gezin. En nog steeds! Ik heb het Dina geleerd op vakantie en we spelen het nog steeds regelmatig met de familie. Als we bij m’n ouders blijven eten sluiten we 9 van de 10 keer af met een potje.

Hoe werkt het spel?

Je speelt het met 2 tot 6 spelers. Alle spelers beginnen aan het kaartspel met 13 speelkaarten. De overige kaarten worden gedekt, oftewel gesloten en op een stapel. De bovenste kaart op de stapel moet wel worden geopend. Daarnaast plaats je nog een aflegstapel. De speler aan de linkerkant van de gever zal starten met het spel.

De speler die mag starten heeft een tweetal keuzes. Hij of zij kan een kaart van de gedekte stapel pakken of een kaart van de aflegstapel halen. Als hij of zij het laatste doet dan moeten er ook twee speelkaarten uit de hand worden gepakt om een setje mee te maken. Dit kan een bonus opleveren, namelijk de hele aflegstapel. Dit is juist positief want het vergroot de kans op setjes of rijtjes.

Je kan bijleggen bij je eigen speelkaarten. Je beurt komt altijd op zijn einde met het wegleggen van een speelkaarten op de aflegstapel. Wanneer alle spelers geen kaarten meer hebben dan is de speelronde afgelopen. Daarna moeten de punten bij elkaar worden opgeteld. Slechts één speelkaart mag niet op de aflegstapel komen te liggen, dat is de schoppenvrouw is.


DINA’S FAVORIET
“Hartenjagen”
Op de middelbare school hebben wij ons uren vermaakt met hartenjagen. Viel er een les uit, dan haastten
wij ons naar de kantine voor een potje. Zelfs nu speel ik het nog wel eens met vriendinnetjes van de middelbare school, pure nostalgie!

Hoe werkt het spel?

Een bekend spelletje dat in vele varianten gespeeld kan worden, is hartenjagen. Veel mensen zullen het kennen als één van de standaard spelletjes die op een windows computer staan (net als solitair/patience), maar het is ook echt een leuke game. Wij geven je graag de nodige uitleg om dit spelletje te kunnen spelen. Overigens geven we de uitleg over Amerikaans hartenjagen. Dit is de variant die het vaakst wordt gespeeld.

De traditionele variant van het hartenjagen is Amerikaans hartenjagen. Dit spelletje wordt met vier personen gespeeld. Er wordt gespeeld met 13 kaarten per persoon. Dus het gehele dek kaarten doet mee, behalve de jokers. De waarde van de kaarten gaat van A (=hoog) naar 2 (=laag). Alle 52 kaarten worden één voor één opgedeeld aan de spelers.

Bij Amerikaans hartenjagen worden bijna elke beurt kaarten doorgegeven. Nadat elke speler zijn 13 kaarten heeft ontvangen, kiest elke speler drie kaarten uit en geeft deze door aan een andere speler. In de eerste ronde worden de kaarten doorgegeven aan de spelers links, in de tweede ronde aan de speler rechts, in de derde ronde aan de speler tegenover en in de vierde ronde houdt iedereen zijn eigen kaarten. Daarna begint het hele doorgeef riedeltje weer van voor af aan met doorgeven aan de speler links etc.

Het is het doel om zo weinig mogelijk strafpunten te verdienen. Deze strafpunten kun je krijgen met harten kaarten (alle harten zijn 1 punt) en de shoppen vrouw (13 punten).

De speler met de klaveren twee begint door deze open op tafel te spelen. Elke speler zal met de klok mee een kaart op tafel leggen die in eerste instantie dezelfde kleur heeft als de uitgespeelde kaart. Klaveren dus. Als de speler géén klaveren heeft, dan mag er ook iets anders gespeeld worden. De speler die de hoogste kaart heeft gespeeld die dezelfde kleur heeft als de eerstgespeelde kaart van die ronde, moet de vier kaarten van de tafel nemen en uitkomen met een nieuwe kaart. Zodra alle kaarten zijn gespeeld, dan mag iedereen zijn strafpunten optellen.

Als één iemand álle strafpunten heeft verzameld, 26 stuks, dan noemen we dat Shooting the Moon. Dit betekent dat diegene 0 strafpunten krijgt en iedere andere speler 26 strafpunten.

De speler mag niet uitkomen met een harten kaart tenzij er al een hartenkaart gespeeld is in de voorgaande ronde, tenzij de speler écht niets anders heeft.
In de eerste slag mag men geen strafkaarten spelen. Dus geen harten kaart of de schoppen vrouw, tenzij de speler niets anders heeft.
Soms wordt er een extra regel afgesproken dat de klaveren twee en shoppen vrouw niet mag worden doorgegegeven.

Wanneer één of meerdere spelers een bepaald aantal strafpunten behalen, dan is het spel ten einde. De speler met het minste aantal punten wint dan. Meestal ligt dat puntenaantal op 100.


HELGA’S FAVORIET
“Toepen”
Vroeger thuis speelden we altijd diverse kaartspellen. Zo waren “pesten” en “blote konten” favoriet. Op de middelbare school vulden we de tussenuren altijd met het kaartspel “toepen”. Een makkelijk spel wat iedereen kon volgen en altijd heel gezellig was.

Hoe werkt het spel?

Toepen kan gespeeld worden met tussen de twee en acht spelers, maar het leukste is om met vier á vijf spelers te spelen. Het spelletje wordt gespeeld met Piketkaarten. Dit betekent dat alleen de zeven en hoger meedoet met het spel. De kaarten 2 t/m 6 doen dus niet mee.

De waarde van de kaarten is iets anders dan normaal. De boer is namelijk het laagste en de 10 het hoogst. De waarde reeks gaat namelijk als volgt, van laag naar hoog: Boer – Vrouw – Heer – Aas – 7 – 8 – 9 – 10.

Er wordt dus gespeeld met 32 kaarten. De deler schudt het dek goed, en geeft elke speler vier kaarten (2 x 2). Vervolgens mag de speler na de deler uitkomen. Het uitkomen bepaalt de kleur van die specifieke ronde. Stel dat speler A een harten 7 oplegt. Het is dan aan de overige spelers om kleur te bekennen. Degene die deze ronde de hoogste Harten kaart oplegt, wint de slag en mag de daarna uitkomen met een nieuwe kaart. Kan een speler geen kleur bekennen? Dan mag er een willekeurige andere kaart opgelegd worden.

Heb je goede kaarten en denk je dat je daarmee de laatste slag gaat winnen? Dan mag je op elk willekeurig moment in het spel ‘kloppen’. Dit betekent dat je deze ronde niet voor één, maar twee strafpunten speelt. De overige spelers dienen dan per direct te bepalen of ze meegaan of passen. Wanneer ze meegaan, dan speelt men voor twee strafpunten. Alle mensen die passen, krijgen één strafpunt en mogen niet meer meespelen deze ronde.

Heeft er al iemand geklopt, en denk je toch dat jij degene bent die gaat winnen? Dan kun je overkloppen. Dit werkt hetzelfde als bij kloppen, alleen kost passen dan twee punten en speelt men voor drie. Je kunt overkloppen tot het maximale aantal strafpunten. Sta je op 2 en gaan jullie tot 10? Dan kun jij dus voor 8 punten overkloppen. Staat iemand anders op 1, dan kan diegene tot 9 punten overkloppen. Overigens kun je niet over jezelf heen kloppen. Je dient dan eerst te wachten tot iemand anders overklopt, en dan pas kun jij daar weer overheen kloppen.

Degene die de allerlaatste slag (vierde slag) van een ronde wint, wint deze ronde. De overige spelers krijgen strafpunten en de winnaar krijgt niks. Meestal wordt gespeeld tot bijvoorbeeld 10 of 15 strafpunten. Zodra een speler dit puntenaantal heeft bereikt, mag deze niet meer meespelen. Zo kan men doorgaan tot er uiteindelijk één winnaar overblijft.


INGE’S FAVORIET
“Jokeren”
Vroeger ging ik elke week naar mijn opa en oma! Met veel plezier speelde ik altijd Jokeren met m’n opa. Naarmate hij ouder werd lette hij steeds minder op en werd het appeltje eitje voor mij om de winst binnen te halen
. Een fijne herinnering waar ik met plezier op terug kijk.

Hoe werkt het spel?

Jokeren is bekend onder een aantal verschillenden namen. Wellicht ken je het onder de naam ‘veertigen’ of ‘jokers’. Het spelletje komt qua speeltactiek overeen met het spelletje rummikub. Normaal gesproken worden er twee hele kaartspellen gebruikt voor het spelletje, inclusief 4 jokers. Dat zijn dus 108 kaarten in totaal. Het uiteindelijke doel van het spel is om zoveel mogelijk kaarten zo snel mogelijk kwijt te raken door combinaties te vormen. Deze rijtjes kunnen bestaat uit drie of vier kaarten met eenzelfde waarde, maar van verschillende kleuren. Ook kun je een rijtje maken met opeenvolgende waardes en dezelfde kleur. De setjes die je maakt worden voor je op tafel neergelegd.

De spelregels van jokeren zijn relatief gemakkelijk, maar er zijn veel keuzemogelijkheden. Daar komen we later op terug. Het begint met twee kaartspellen inclusief de vier jokers voor 2 tot 4 spelers. Elke speler ontvangt 13 kaarten. De overige kaarten worden allemaal op één stok gelegd. Dit wordt de raapstapel. Één kaart wordt zichtbaar omgedraaid en naast de raapstapel gelegd. Allereerst kijkt iedereen of men dubbele kaarten heeft. Er mag namelijk één dubbele kaart per persoon onderling geruild worden. Wanneer niemand of maar één persoon een dubbele kaart heeft, dan begint het spel gewoon.

Per ronde zijn er verschillende voorwaarden om op tafel te mogen met de kaarten. Deze zijn over het algemeen als volgt:

Ronde 1 → 3 dezelfde kaarten, elk van een andere kleur (bijvoorbeeld  8-8-8 van harten, shoppen & klaveren)
Ronde 2 → 3 oplopende kaarten van dezelfde kleur (bijvoorbeeld 6-7-8 van klaveren)
Ronde 3 → 4 oplopende kaarten van dezelfde kleur (bijvoorbeeld 9-10-B-V van ruiten)
Ronde 4 → 5 oplopende kaarten van dezelfde kleur (bijvoorbeeld 8-9-10-B-V van harten)
Ronde 5 → 6 oplopende kaarten van dezelfde kleur (bijvoorbeeld 4-5-6-7-8-9 van schoppen)
Ronde 6 → in één keer uit. Je moet dus ál je kaarten in één keer op kunnen leggen.

De speler die aan de beurt is, raapt een kaart van de stapel óf pakt de zichtbare kaart. Als deze speler aan de bovenstaande voorwaarde kan voldoen om uit te komen, dan kan dat. Zo niet, dan gooit hij/zij een kaart op de zichtbare weggooi stapel. Jokers kunnen voor élke kaart worden ingezet. Het leuke is dat je overal jokers ruilen. Ligt de joker voor een harten 2 en heb jij die? Dan kun je deze omruilen en mag je de joker gebruiken in een eigen setje. Let wel op: zodra je de joker omruilt, is het verplicht om deze meteen weer te gebruiken.

Wanneer je met meer met 3 personen of meer speelt, dan kun je kaarten kopen. Het kopen van kaarten gaat als volgt: Speler A gooit een kaart op de weggooistapel. Speler B hoeft de kaart niet, maar speler C wel. Dan kan Speler C de kaart kopen. Dit kan door niet alleen de kaart van de weggooistapel te nemen maar ook een van de raapstapel. Een kaart van de weggooistapel kopen, kost je dus één extra kaart. Het kopen van kaarten gaat overigens altijd met de klok mee. Stel Speler D wil de kaart ook hebben, dan heeft speler C voorrang.

Het spel is ten einde als één iemand al zijn kaarten heeft weggespeeld en één kaart over houdt om weg te kunnen gooien.


JOLANDA’S FAVORIET
“Eenendertigen”
Vanuit huis ben ik niet opgegroeid met kaartspellen, pas later leerde ik “ezelen en toepen” via vriendinnen op school. Mijn favoriet is toch wel eenendertigen. Nu jaren later leer ik het ook weer aan mijn eigen kinderen. Zij spelen nu ook weer graag kaartspellen met hun opa en oma!

Hoe werkt het spel?

  1. Bij eenendertigen wordt er alleen gebruikgemaakt van de zogeheten piketkaarten, de zeven tot en met de aas: aas komt overeen met 11 punten, plaatjes zijn 10 punten, en rest is de eigenwaarde. Bij het begin van het spel worden de kaarten geschud en de deler geeft iedere speler drie willekeurige kaarten en zorgt dat er ook drie willekeurige kaarten (open) in het midden liggen; dit is de pot
  2. In één variant van het spel mag nu de persoon die na de deler aan de beurt is, zijn drie kaarten omwisselen met de pot of gewoon behouden. In een andere variant houdt de deler bij het delen de kaarten in het midden bedekt en mag voordat er gespeeld wordt ervoor kiezen zijn kaarten met de pot te wisselen; hierna worden de kaarten in het midden open gelegd. Hierna begint het spel.
  3. Per beurt mag elke speler een kaart met de pot wisselen en zo proberen een zo hoog mogelijke waarde te krijgen. De waarde wordt per kleur (harten, ruiten, klaveren, schoppen) geteld en het maximum van deze totalen zijn je punten. Hiernaast betekent drie maal dezelfde waarde (in verschillende kleuren) 30½ punten. Als er 7, 8 en 9 in de pot ligt dan heb je vuile was en komen er drie nieuwe kaarten in het midden. De speler die geruild heeft moet wachten op de volgende beurt.
  4. Als een speler denkt de hoogste waarde te hebben dan zegt hij/zij: “pas”. Als een speler 31 heeft, zegt deze stop het spel of “31 slaat alles”.-21 Dat mag pas na één ronde, maar dan mag er niet meer gewisseld worden. Als iemand gepast heeft, mag iedereen nog één rondje ruilen. De punten van alle spelers worden nu met elkaar vergeleken en diegene met de hoogste punten is winnaar. Als een speler drie dezelfde kaarten heeft, heeft deze het op-één-na-hoogste puntenaantal en is dan vrijwel zeker van een overwinning.
  5. Als een speler drie azen heeft (normaal gesproken dertig half) is de ronde direct klaar. Dit is de hoogste mogelijke score. De betreffende speler kan deze kaarten direct op tafel leggen. Mocht er met een puntensysteem gewerkt worden, zijn alle overige spelers een punt kwijt.

JORDI’S FAVORIET
“Schoonhovens shitten”
Ik speelde het elke dag op school. Later hoorde ik dat elk dorp het ‘shitten’ zichzelf had toegeëigend. Maar voor ons blijft het uit Schoonhoven komen. Nu speel ik het nog vaak op vakantie met mijn kinderen, mijn dochter is inmiddels de kampioen thuis.

Hoe werkt het spel?

Het spel kan met 2 tot 6 spelers worden gespeeld. De bedoeling is om zo snel mogelijk alle kaarten kwijt te raken. Het gaat niet per se om de winnaar, meer om de verliezer.

Neem een standaard kaartspel (52 kaarten zonder jokers). Elke speler krijgt 3 kaarten voor zich. De kaarten liggen in een rij naast elkaar en op hun kop (“face down”), zodat niemand ze heeft gezien. Ook mogen de kaarten niet worden omgeruild. Op elk van deze 3 kaarten komt 1 kaart, maar zo dat de afbeelding (waarde) zichtbaar is (“face up”).

Hierna krijgt elke speler nog eens 3 kaarten. Deze mag hij in de hand nemen en bekijken. De kaarten in de hand moeten steeds weggespeelt worden, maar je moet altijd 3 kaarten in hand houden totdat de resterende kaarten uit de pot op zijn. Wanneer dat gebeurt en je ook geen kaarten meer in handen hebt kan je de kaarten voor je weg gaan spelen.

De kaarten 2 en 7 hebben een speciale waarden. De rest heeft een standaard waarde. Je kan alleen hoger opgooien dan de kaart die op tafel ligt, de 2 kan overal op en een 7 ook. Maar na de 7 moet de volgende kaart lager zijn dan die daarvoor lag.

In contact komen met Thomas